Termen
Getallen
- Gehele getallen: getallen zonder komma (e.g.
, etc). - Kommagetal: een getal dat bestaat uit een geheel getal met een komma en cijfers achter de komma (e.g.
, etc). - Positieve getallen: getallen boven de nul.
- Negatieve getallen: getallen onder de nul.
- Niet positief, niet negatief: nul.
Gehele Getallen
- Deler: een getal
dat wanneer je er mee deelt door getal , het quotiënt als resultaat getal een geheel getal is. - Quotiënt: de uitkomst van een deling.
- Ontbinding in factoren: positieve gehele getallen als factoren die kleiner zijn dan het antwoord als positief geheel getal, maar bij het vermenigvuldigen van de factoren het antwoord als uitkomst heeft.
- Priemgetal: een positief geheel getal dat precies twee delers heeft: één en zichzelf.
- Priemfactor: een factor dat een priemgetal is.
- Priemontbinding: een ontbinding met alleen priemfactoren.
- Gemeenschappelijke delers: een deler van twee getallen.
- Grootste gemene deler: de grootste gemeenschappelijke deler van twee getallen. De afkorting
(greatest common divisor) wordt gebruikt. - Veelvoud: als getal
telkens gedeeld kan worden door zichzelf (e.g. veelvouden van zijn , ). - Gemeenschappelijke veelvoud: een getal die overeenkomt als veelvoud bij twee of meer getallen (e.g. gemeenschappelijke veelvouden van
en zijn: ). - Kleinste gemene veelvoud: van getal
en , het kleinste, positieve, gehele getal van alle gemeenschappelijke veelvouden van getal en . De afkorting die gebruikt wordt is (least common multiplier).
Bewerkingen
- Som: een optelling.
- Termen: de getallen van een som.
- Product: een vermenigvuldiging.
- Factoren: de getallen van een product.